Kapitein
Brander & Co.
De zwevende piramide deel 4
Introductie
Behalve de menselijke bemanningsleden van het ruimteschip Lucifer's 7e Cirkel
is er ook nog een ander gewaardeerd bemanningslid. Deze zijn we tot nu toe niet
tegengekomen, maar deze omissie zal nu rechtgezet worden, aangezien dit lid
een belangrijke schakel zal blijken te zijn in de dingen die komen gaan. Waar
hebben wij het over?
Over Sam, natuurlijk. Ieder zichzelf respecterend ruimtevarend
object bezit één of meerdere curieuze wezentjes, harig, met vier
kleine voetjes -die wel wat weg hebben van mensenhanden, maar dan op veel kleinere
schaal- en met gezichtsuitdrukkingen die je regelmatig van je stoel doen vallen
van het lachen. De wezentjes zijn afkomstig van de planeet Aarde en heten aldaar
hamsters. Die van het schip van Kapitein Brander heette Sam. Traditioneel is
ieder dertiende bemanningslid een hamster. (Vroeger was er veel ophef over scheepskatten,
maar aangezien die hun eten niet binnen kunnen houden in gewichtloosheid zocht
men lang naar een geschikt alternatief. De redenen hiervoor zijn onbegrijpelijk
voor gewone mensen, want hebben te maken met psychologie.) Deze diertjes scharrelen
doorgaans vrolijk door het schip heen en genieten een bijzonder vrij leven,
te pas en te onpas eten verstoppend tussen de sokken en de onderbroeken van
de bemanning. De ruwe ruimtebonken tolereren deze diertjes goed gemutst. Er
is immers niets leukers op de lange dagen in de tussenruimte, dan erachter te
komen dat de kapitein zojuist 250 gram gedroogde erwten in zijn laatste schone
onderbroek heeft gevonden.
(Tussen de schepen onderling doen de wildste verhalen
de ronde, waarbij de waarheid niet licht verdraaid wordt en waarbij de hamsters
immens grote voorraadschuren wordt toegedicht, allemaal in de ladenkast van
de kapitein. Er gaat zelfs een verhaal over een planeet waar hongersnood heerste,
waarbij de voorraad van de hamster van kapitein Demper, nee, nee, nee.... Er
is nu geen tijd om dat verhaal te vertellen...)
De liefde van de bemanning voor
een scheepshamster gaat vaak zo ver dat als de hamster overlijd de volgende
gewoon de naam krijgt van de voorgaande, teneinde een soort van onsterfelijkheid
te bewerkstelligen voor de geliefde viervoetertjes. Ruimtebonken raken heel
gemakkelijk gehecht aan de dwaze wezentjes en vergaan bijna van smart als een
geliefd bemanningslid sterft. Ooit, in een moment, zo vol van helder inzicht
dat het verblindt om eraan terug te denken, kwam een bemanningslid [waarschijnlijk
dronken, dat doet er niet toe] op het idee een plaatsvervanger de naam van de
voorganger te geven. Dit leidde tot de situatie die men nu veelal aantreft op
schepen als Lucifer's 7e Cirkel, waar de scheepsarts automatisch Doc. heet en
de wapenmeester Vuistbijl-nogwat. Overigens is het diezelfde Vuistbijl (Jones,
tegenwoordig) die verantwoordelijk is voor het welzijn van de bemanning in onoverzichtelijke
situaties. Tevens is hij de officiële hamster-caretaker. De scheepshamster
is, zoals gehint, één van de meest gewaardeerde leden van een
schip en Sam, de scheepshamster van Kapitein Lucifer's 7e Cirkel is wel héél
bijzonder.
Bemanningslid Meander riep, bungelend in de klauwen van het monster dat hem
gevangen had, naar Vuistbijl Jones: "Hé, schiet eens op, ik moet heel
erg nodig naar de w.c. en al dat gebungel en gesleep doet mijn blaas geen goed."
Op dat moment stak Sam zijn vrolijke kopje uit de borstzak van Vuistbijl Jones.
Hij had dat heerlijk liggen dromen van de voorraad die hij in de zoom van Meander's
overall had verstopt en toen hij de stem hoorde die bij die overall paste schrok
hij hongerig wakker. [Hamsters zijn bijna altijd hongerig, zelfs als ze alleen
maar trek hebben of zin hebben om wat te hamsteren. Iets is er totaal verknipt
in die kleine hoofdjes.] Hij snuffelde wat rond en keek bijziend om zich heen.
Een vorm die deed denken aan de overall van Meander hing schuin boven hem. Een
ongebruikelijke plaats, vond Sam. Ondertussen staarde het monster vervreemd
om zich heen. Het barstte in de hal van de larven. Maar, één van
die larven droeg een replica, zij het op zeer minutieuze schaal -maar zo te
zien wel werkzaam- van de machtigste god die hij kende. De grote Bhelzacbbcv.
Zouden dit dan toch geen larven zijn, maar boodschappers van de goden? Kon hij
maar met ze communiceren. Wacht, er was iets, bedacht hij zich ineens. De larve
die hij gevangen had. Misschien kon hij zijn goede wil tonen door het los te
laten scharrelen. Misschien zou dat de miniatuurgod tevreden stemmen. In een
klein en duister hoekje van zijn geest vroeg hij zich af of het misschien een
jonge god was. Zouden goden kleintjes krijgen? Hij liet de larve los die wegscharrelde
en zijn behoefte deed tegen de zuil van een pilaar. Degene die voor hem stond
staarde hem bevreemd aan. Toen kwam er een andere bij die in een apparaatje
sprak en dit apparaat toen in zijn richting wees. Er kwam gebrom uit. Hij sprak
de larven toe en hoopte dat ze hem begrepen: "Ik ben de Grote Verzamelaar, Hoogste
Triode en Almachtige Beheerder van de Piramide. Ik ben de Poort. En tot mij
komen allen die binnentreden. Zijt Gij klaar om toe te treden tot de verzameling?"
Eerste stuurman Binas keek naar de metertjes op zijn portable computer. Wat
was dat nou? Een hoop gebrabbel over verzamelingen ofzo. Zou de computer dat
goed vertaald hebben? Verzamelaar van wat? "Verzamelaar ?" zond hij uit.
"Verzamelaar,"
beaamde het monster.
"Verzamelaar van wat?" verduidelijkte hij.
"Verzamelaar
van leven en dood. Verzamelaar van klein en groot. Verzamelaar van oud en nieuw.
Verzamelaar van Intelligenties en dieren," meldde het monster hem monter.
"Tijd
om te gaan jongens, riep hij over zijn schouder. Pak je spullen en die vaten
drank en maak dat je wegkomt. Ieder voor zich en Sam voor ons allen."
Wat Vuistbijl
Jones daarmee bedoelde was dat ze in een onoverzichtelijke situatie waren terechtgekomen
en dat hij zijn best zou doen om te redden wat er te redden viel, maar dat zijn
voornaamste prioriteit de scheepshamster was. (Goede scheepshamsters zijn schaars
en Sam was bijzonder proper en altijd goed voor een schaterlach als de kapitein
weer eens eerder moest wassen dan hij had gehoopt.) Rennend maakten de mannen
zich uit de voeten. Scheepskok Roerspaan had de bui al zien hangen met zijn
gebruikelijke voorzienigheid en was al bezig een vat bier de loopplank op te
duwen. De andere manschappen kwamen vaatjes sjouwend aangehold. Eerste machinist
Vuurvreter had er zelfs aan gedacht de knisperende kippekluifjes mee te nemen.
|