De
schizoïde processen der werkelijkheid
6. Van deze tragedie waren de bezoekers van de kroeg zich echter geheel onbewust.
Buiten vielen de blaadjes nog immer van de bomen en weer terug, zich niets aantrekkend
van de logica die menselijk heet. Nieuwsgierig dwarrelde het blaadje verder,
nu eens drijvend dan weer zwevend door de verdronken stad. Haar wereldbeeld
kende slechts twee kleuren: alle nuances groen, en die van bruin. Een groenig
meisje sprak haar toe: "Verbeter de wereld, begin er niet aan. Kijk, en zie,
verwacht niets, aanschouw. Stop de wereld, verbaas je, vergeet alles en daar:
er zijn geen verbanden, slechts verschijnselen. Schoonheid ligt in de aandacht
voor de wereld om je heen. Waarneming bestaat niet, tijdsbewustzijn is dodelijk,
de onderliggende classificatie is er één van ..." De essentie
ging verloren in een geweldige windvlaag.
Nog net zag het blaadje hoe het groenige mensje werd geschept door een fietser,
die hijgend en piepend tot stilstand kwam voor een kroeg. Het blaadje zat klem
tussen de fietsbel en het stuur en gezamenlijk aanschouwden zij verschrikt het
toneel. De groenbruinige man stapte af, rechtte de yucca op zijn hoofd en over
hem neder dwarrelde een wolk van kleine bruinige beestjes. Van schrik liet het
blaadje zich vallen. De man keek verbaasd om zich heen van het plofje en beende
de kroeg in, zich niet bewust van de tragedie die zich onder zijn schoenzool
afspeelde. Had hij geluisterd naar het blaadje, dan had hij wellicht het leuke
van het meisje in zichzelf herkend. Had het meisje naar de man geluisterd, dan
had zij wellicht haar eigen afschuw voor zichzelf gezien in de man met zijn
bladluizen en de yucca op zijn hoofd en onder zijn schoen de verdroogde resten
van het blaadje.
7. Toen hij 's avonds (een beetje aangeschoten) thuis kwam lag er een - verkeerd
bezorgd - greenpeaceblaadje. Hii dacht aan de natuur en wat de mensheid daarmee
uitvoerde. Hij las een stukje in dit krantje. Al zijn ergste vooroordelen werden
bevestigd toen hij een stukje las over panda's. Lief en ontroerend? Wat een
naïeve gedachtengangen. Zouden deze mensen dan écht niks weten over
de walgelijke eetgewoontes van panda's? Ook al eet een panda dan voornamelijk
bamboe, het blijft een rasechte vleeseter. Nou ja, vleeseter? Meer een zogenaamde
'scavenger'. Een aaseter, en dus beslist niet vies van een door maden bevolkt
dood hert (of wat daarvoor doorgaat in Azië). Hij dacht aan de natuur om
hemzelf heen. Had hij nu vanmiddag een piepklein stemmetje gehoord toen hij
van zijn fiets afstapte voor de kroeg? Waarschijnlijk wederom een aanwijzing
voor zijn vervormde persoonlijkheidsstructuur. Hij begon te zweten van al deze
zelfkennis. Om zichzelf wat af te reageren pakte hij zijn opblaasbare palmboom.
Hii pufte en hijgde tot deze omhoog gericht stond als een bruin-groene fallus.
De kokosnoten glommen. Met een sadistisch genoegen doorboorde hij er één.
Sissend ontsnapte de Iucht. Met een zucht pakte hij zijn fietsplakspullen en
begon aan de reparatie. Zijn woede verdween, langzaam maar zeker. Nadat hij
de boom geplakt had wilde hij een pizza bestellen. Hij zocht naar de telefoon.
Waarschijnlijk lag deze nog op straat, bedacht hij zich ineens. Toen de telefoon
regenboogkleurig was geworden had hij deze naar buiten gegooid.
"Toen was ik pas écht in de war", merkte hij hardop op.
8. De vrouw draaide zich om, balancerend op een takje van de jeneverbesstruik
die zich had weten te vestigen in de geelbruine rotswand. Even was er dat moment
van gelukzalige onwetendheid, voordat ze zich realiseerde dat ze wakker was.
Beelden van bejaarde, grijsuitgeslagen spinnen die gemoedelijk door haar fluoriscerend-regenboog-kleurige
arm wandelden mengden zich met de wrede aanblik van haar vierkante slaapkamertje,
drie hoog achter, belaagd door gewetenloze kantoorgebouwen en boosaardig glinsterend
beton. In de zwaar getinte ruiten van het grootste kantoor spiegelde zich een
schitterende, gesepia-scande bal in een bruine lucht. Als ze op de vuilniszakken
van haar balkon ging liggen kon ze nog net een streepje hemel zien zoals die
moest zijn volgens de reclameblaadjes en de dia's in het archief in haar hoofd:
blauw, met witte strepen van zilveren vliegtuigjes. Ze hoorde het alarm van
nummer 86 afgaan, in de straten verderop trommels en een fluitje. Ze moest gaan.
Voor de deur lag een telefoon. Het snoer hing over het kozijn van een open raam
op de eerste verdieping. Ze hoorde kleine groene stemmetjes die haar toeriepen:
"Neem op! Neem op!"
Ze reikte naar de hoorn, of wat ervan over was, en tot haar sprak Amalia, de
prijswinnende yucca, haar bladeren (of de bank) krakend op de achtergrond.
Harold(l, 2, 5, 7) MuriëI (3, 6, 8) Ti (4) |