Walnotenzomer
Wat we weer eens nodig hebben is een walnotenzomer. Je weet wel, een van die
speciale dagen buiten de telling. Zo'n heerlijke zomerdag (eigenlijk een late-zomer-zomerdag)
die midden in de winter valt en die geen enkel spoor achterlaat in de dagen
die wel in de telling zitten. Deze dagen zijn o zo essentieel voor het draaglijk
maken van lange en koude winters.
"Tijden buiten de telling," hoor ik daar mompelen? Je bent niet bekend met het
werk van Lafferty en zijn schitterende weergave van de dagen van gras en de
dagen van stro en de blauwganzenherfst en dergelijke. Laat mij je dan in ieder
geval inlichten over de walnotenzomerdagen.
Deze dagen vinden hun oorsprong in de tijd dat de mensheid nog een knokkelloper
was, een kobold, zo je wilt. Ik weet het, de knokkellopertheorie is passé
in humane-evolutietheorie-kringen; dat is dan jammer, mensen die veel in humane-evolutietheorie-kringen
verkeren zijn ook mensen die aan klompendansen doen. Ik bedoel maar, dat zegt
toch wel genoeg. Ik zeg je dat de mens voor hij mens was wel degelijk op knokkels
liep. (Als je het niet gelooft moet je zelf maar eens een weekje op je knokkels
lopen; als er iets is geweest dat het rechtopgaan heeft bevorderd, dan is het
wel knokkelpijnen.) Maar dat is niet hier of daar, nog echt relevant.
Maar goed...
De kobolds, of vroege mensachtigen, raakten al snel verveeld door de monotone
voortgang der seizoenen. Zij waren dan ook de eersten die zich actief bezig
gingen houden met abstracte en dieptheoretische filosofische vraagstukken als:
is er een goede (dit is belangrijk!) reden voor de voortgang der seizoenen;
en: kunnen we niet hier en daar een dagje plaatsen voor, laten we zeggen, spek
en bonen, voor de heb, zonder kosten, gratis, als het ware. Een dag anders dan
de omringende dagen. Met zon, of juist met sneeuw, of met kikkers die uit de
lucht komen vallen als veel te grote a-platonische hallucinatoire regendruppelvormen.
"Kikkers," bromt er daar iemand? Absurd? -Inderdaad, maar het waren dan ook
niet echt kikkers, dat illustreert nu eenmaal beter. Het waren eigenlijk walnoten.
Van die grote. Die, als je niet uitkeek, grote gaten in je kop sloegen. Walnoten
dus...
De kobolds werkten gestaag aan deze (en aanverwante) vraagstukken. Na enige
tijd gingen zij te rade bij de grote apen. Niet de fysiek grote apen, maar de
mentaal grote apen. Echte intelligentie komt zelden voor bij dieren met een
grotere herseninhoud dan, pak 'm beet, een halve liter. Eén van de belangrijkste
gesprekken is weergegeven door de grote geschiedschrijver Erkbaum Bader (dit
was niet zijn echte naam, maar een grove (en doffe) vertaling van zijn ware
naam). Een quote:
"Maar hoe houden jullie lagere dieren de monotonie van de seizoenen en de trage
wentelingen van planetaire inertie uit?" Het was de cholem of kobold die daar
sprak. En de grootste aller apen zeide tot hem: "Wij, die U op een lager niveau
schat, zien dit anders. Onze kijk is op een hoop punten anders. (In feite soms
zelfs zo anders dat we ons wel eens afvragen of Uw soort wel op deze planeet
thuishoort.) Wij beleven tijd en realitijd [sic] op een andere manier. Voor
ons zijn alle dagen in feite buiten de telling, en daarin licht [sic] Uw redding.
U bent niet intelligent genoeg om U te ontdoen van Uw wezenskenmerken en tot
ons niveau te stij... , pardon, af te dalen. Daarvoor zou U Uw intelligentie
op moeten geven. In plaats daarvan zou U ook speciale dagen kunnen creëren.
Dagen die slechts sporadisch voorkomen en die U keer op keer zult moeten ontworstelen
aan de realitijd. Daarin ligt Uw redding. Onze gesprekken zijn beëindigd."
Het was in feite een lange speech voor een aap en sindsdien spreken apen slechts
af en toe en dan voornamelijk in huiselijke kring. Alles was wel zo'n beetje
gezegd, leek het zo.
En dat was ook zo. Toen de weg eenmaal duidelijk was, was de rest slechts het
volgen van die weg. Het enige dat belangrijk is, is om een touwtje of lijntje
uit te leggen zodat men eventueel terug kan bij een doodlopend stuk. (Een hoop
wegen zijn in feite doolhoven in vermomming.) Binnen luttele zonnewentelingen
en etterlijke maanwendes juigde men met groot succes de eerste walnotenzomer
in. Om onbegrijpelijke redenen is deze kunst later keer op keer vergeten en
opnieuw uitgevonden. Eén speciale dag per keer. Zo ontstonden er verschillende
speciale dagen buiten de telling met ieder een eigen localiteit en cyclus. De
cyclus van de walnotenzomer bijvoorbeeld is streng gereguleerd: zo mag er minstens
16 dagen vóór een walnotenzomerdag geen walnotenzomerdag geweest
zijn en mag er minstens 368 dagen erna geen plaatsvinden.
Proef dit even met de rand van je gehemelte. Deze schijnbaar absurde tegenstelling
vindt zijn oorsprong in het feit dat de telling nu anders is dan toen deze dag
werd gecreëerd. Zo zie je maar, er gebeuren als vanzelf rare dingen als
je tijdstellingen door elkaar haalt. (Zeker als een van die tellingswijzen is
vergeten.)
Onze preoccupatie met de walnotenzomer ziet men nog wel in de lage landen waar
als de dagen kort zijn en de nachten zich uitrekken en het kille licht van de
maan alles nog uitgestrekter lijkt te maken- in decemberdagen de consumptie
van marsepein (een onedele vorm van de verheven walnoot) een ongekend hoogtepunt
bereikt. Dit om vervolgens tot bijna niets te dalen. Allemaal symptomatisch
natuurlijk. We hebben al bijna 65 jaar geen walnotenzomer gehad. Toch is het
niet moeilijk, het enige dat er voor nodig is, is een groepje van minstens 15
personen die tegelijkertijd een dag buiten de telling eisen.
Niet iedere strijd wordt op bergtoppen gestreden.
En niet iedere berg hoeft per sé verplaatst te worden.
|